Totoinvulster Mirjam Stoll wacht lange revalidatie
Drie oktober 2009 zal ze niet licht vergeten. Door een doldrieste tackle van een speelster van Abcoude (in het procesverbaal van de politie aangeduid als ‘zware mishandeling’) brak Mirjam Stoll haar kuitbeen en door de kracht van de inwendige verplaatsingen van lichaamsdelen stak haar scheenbeen door de huid naar buiten. ‘Ik had drie man gepasseerd en ik was eindelijk langs de laatste man en speelde de bal een stukje voor me uit, omdat ik wist dat ik sneller was. Ik zou dan vrij op het doel af kunnen gaan, maar toen kwam er dus iemand met gestrekt been van achteren op m'n enkel inhakken... Ze ging totaal niet voor de bal, want die had ik al vooruit gespeeld de ruimte in... En ik zou gaan scoren, dat voelde ik gewoon, maar helaas!’
Veel pijn, een operatie en een lange revalidatie volgden, maar hersteld is Mirjam nog lang niet. Omdat ze niet mag werken had ze alle tijd om rustig voor het invullen van de geelzwarte toto te gaan zitten en de rangen en standen van de diverse DVVA-elftallen te bestuderen. Ze leverde dan ook een zeer goed doordacht totoformulier in.
‘Het gaat zijn gangetje, een langzaam gangetje’, vertelt Mirjam met dezelfde opgewekte stem als altijd ruim anderhalve maand na ‘zwarte zaterdag’. ‘Ik ben sinds vorige week uit het gips en loop op krukken. En ik ben net begonnen met een revalidatieprogramma bij de fysio.‘
Behalve een gebroken scheenbeen zijn al Mirjams banden ‘naar de kloten’. ‘Mijn voet wordt langzaam dunner en begint weer op een voet te lijken. De dokteren willen niets zeggen over de duur van mijn herstel en of ik helemaal herstel. Ik moet van een jaar uitgaan.’
Het woord ‘voetballen’ kan ze voorlopig dus niet in haar agenda schrijven. ‘Ik moet eerst maar eens normaal gaan lopen en dan zien we wel verder. Tegen de fysio zei ik, dat ik verwachtte weer in januari te kunnen gaan werken, maar toen ik dat zei, keek hij er heel bedenkelijk bij. Nee dus!’ Van de speelster van Abcoude die de overtreding maakte, heeft Mirjam niets gehoord, wel van vier andere speelsters van Abcoude.
Van het invullen van de geelzwarte toto heeft Mirjam geen half werk gemaakt. Ze heeft een uitgebreide studie van de stand en resultaten van alle teams gemaakt en de toelichtingen bij haar keuzes zijn weloverwogen. Over DVVA 1:’Als ze met 2-0 van de nummer 9 kunnen winnen dan moeten ze zeker tegen de onderste kunnen winnen.’ En over DVVA 5: ‘Ik denk dat ze gelijk spelen, omdat RAP(nr.8) maar met 1-0 verliest van de nr.1 en DVVA(nr.4) wel met 5-0 verliest van de nr.3.’
Over haar eigen elftal dames 1 spreekt ze nog steeds in de wij-vorm en hoewel dames 1 nog op de eerste overwinning wacht is ze optimistisch. ‘Dames 1 moet gewoon kunnen winnen. We hebben nog geen één wedstrijd gewonnen dit seizoen en vorige keer hebben we gelijk gespeeld tegen hun doordat we een ongelooflijk partijdige, slechte scheids hadden en zo goed is RKDES niet.’
Mirjam speelt al negen jaar bij DVVA. Ze leerde het spelletje bij CSW in Wilnis. Mirjam is fysiek sterk, bang voor niemand (zelfs niet voor uit hun doel stormende mannelijke keepers op de training) en scoort veel. In het kampioensjaar 2004-2005 werd ze door haar ploeggenoten tot ‘speelster van het jaar’ gekozen. Uit het juryrapport: ‘Gewoon de beste dame die rondhuppelt: technisch goed, inzicht, spelkennis etc. (…) . Ze is altijd fanatiek en heeft alle eerder genoemde kwaliteiten. Ze is goed aan de bal, heeft leuke acties en kan scoren. Ondanks haar katers altijd een zeer plezierige speler in het veld.’
Haar voetbalkwaliteiten worden gemist door haar ploeggenoten nu Mirjam langdurig geblesseerd is, maar niet al haar gewoonten. ‘Mirjam moet altijd poepen voor de wedstrijd! Niet fijn als je in een kleedkamer met wc zit. Smells like hell!’